Zoeken ENG

Alain Platel / les ballets C de la B

Toen Alain Platel in 1984 zijn ‘ballets C de la B oprichtte, was die organisatie een buitenbeentje binnen het toenmalige danslandschap door zijn eclectische, vaak volkse, maar ook surrealistische mix van hedendaagse dans, teksttheater en muziek. De naam alleen al van het gezelschap, die openlijk de draak stak met het toen nog toonaangevende, lichtjes pompeuze ‘Ballet van de XXe eeuw’ van Maurice Béjart geeft al aan dat Platel en de zijnen niet zoveel op hadden met al te pretentieuze kunst. Platel werkte inderdaad liever met amateurs om via improvisaties stukken te maken die een kijk bieden op de leefwereld en de gevoelens van ‘gewone’, ‘echte’ mensen. Hij legde daarbij een voorliefde aan de dag voor de zwakkere medemens, voor al wie moet vechten om de eindjes aan elkaar te knopen of die het emotioneel al te zwaar heeft. Het werk dat eruit voortvloeide, had minstens evenveel weg van mime als van danstheater. Platel wil met zijn werk een ruim publiek aanspreken, niet alleen de happy few, en kiest daarom vaak voor een directe beeldtaal, met woorden en gebaren die zo van de straat lijken gehaald. Het bezorgde hem een grote en trouwe aanhang.

De naam alleen al van het gezelschap, die openlijk de draak stak met het toen nog toonaangevende, lichtjes pompeuze ‘Ballet van de XXe eeuw’ van Maurice Béjart, geeft al aan dat Platel en de zijnen niet zoveel op hadden met al te pretentieuze kunst.

Die ‘democratische’ opstelling is ook terug te vinden in zijn organisatie zelf. Platel omringde zich daar steeds met andere makers, die binnen les ballets de kans kregen om eigen werk te maken. les ballets C de la B was voor kortere of langere tijd de thuisbasis van o.a. Christine De Smedt, Hans Van den Broeck, Sidi Larbi Cherkaoui en Koen Augustijnen. Anders dan nagenoeg alle andere dansorganisaties was les ballets dus eerder een collectief werkplatform dan een organisatie rond één choreograaf, al heeft Platel zelf dan nog steeds het laatste woord.

Platel bleef zijn hele carrière lang trouw aan zijn basishouding, maar zijn vormentaal en de middelen die hij inzette, zouden aanzienlijk wijzigen.  

Een werk als Emma (1988) toont de ‘vroege’ Platel. Dit stuk vertelt het verhaal van Emma, een schrijfster die plots succes kent maar net dan compleet hysterisch wordt, omdat ze ontdekt dat ze zelf nooit het leven van haar personages zal kunnen leiden. Het stuk vertelt het verhaal op een associatieve manier, met veel surrealistische, vaak ook komische vondsten. Dat de performers semi-professionals zijn, wordt nauwelijks verholen, maar uitgespeeld als een troef die het verhaal erg herkenbaar maakt.

Vanaf 1993 krijgt het oeuvre met Bonjour Madame een contemplatiever, ernstiger toon, al hanteert Platel dan nog dezelfde vormprincipes. Het werk toont in vele kleine scènes het leed dat schuil kan gaan achter de meest dagelijkse handelingen, zoals een simpele begroeting. La Tristeza Complice (1995) markeert ook vormelijk een keerpunt. Ook in dit werk voert hij gewone lieden op, met al hun miserie, hoop en verloren illusies. Tegenover het behoorlijk chaotische, maar daardoor ook natuurgetrouwe gebeuren op het podium, plaatst hij echter de live-uitvoering van de muziek van Purcell als een moment van troost, een vluchthaven voor gekwetste zielen. Het werk sloeg internationaal in als een bom en vormde de aanzet voor een lange reeks werken waarin Platel uit het leven gegrepen beelden van arme stakkers combineert met plechtige, klassieke muziek. Hij deed daarvoor ook steeds vaker een beroep op geschoolde dansers. Zo maakte de toen nog piepjonge, maar uiterst getalenteerde Sidi Larbi Cherkaoui zijn opwachting in Iets op Bach (1998), Platels meesterwerk van de jaren 1990. Platel slaagde er hiermee in de stedelijke werkelijkheid overtuigend te representeren op het podium. Hij toonde op schijnbaar ongefilterde wijze de anarchie van de straat, met zijn web van relaties, emoties en zaakjes. Een weinig verheffend beeld, tot Bachs zalvende klanken erover neerdalen.

Tegenover het behoorlijk chaotische, maar daardoor ook natuurgetrouwe gebeuren op het podium, plaatst hij de live-uitvoering van de muziek van Purcell als een moment van troost, een vluchthaven voor gekwetste zielen.

In diezelfde periode werkt hij overigens ook met Arne Sierens aan een drieluik dat de zelfkant van het bestaan overtuigend verbeeldde. Moeder en kind (1995), Bernadetje (1996) en Allemaal Indiaan (1999)  zijn als tranches de vie ongeëvenaard.  Platel was ondertussen alvast in scenografisch opzicht ver verwijderd van de eenvoud van zijn eerste werken: een productie als Bernadetje speelde zich af in een replica van een kermiskraam. Zo’n productie laten toeren, vereiste een bijzonder complexe logistiek. Ondanks alle succes, of misschien net daarom, kondigde Platel na Allemaal Indiaan een productiestop aan. Naar eigen zeggen was hij even uitverteld. Hij reisde af naar Palestina, waar hij niet alleen inspiratie opdeed voor vele van zijn latere geëngageerde voorstellingen, maar ook samenwerkingsverbanden en uitwisselingsprojecten aanging met Palestijnse kunstenaars en theaterhuizen.

Niemand minder dan Gerard Mortier wist Platel er in 2003 echter van te overtuigen om voor ‘zijn’ Ruhrtriennale een nieuwe voorstelling op het getouw te zetten. Dat werd Wolf (2003). Geen middelen werden gespaard voor deze productie. Maar Platel keerde wel terug naar de hem vertrouwde thema’s en plaatsen. De scenografie van Bert Neumann evoceerde bijvoorbeeld treffend een armelijk stadslandschap, dat verdacht goed leek op de Brusselse Ravensteingalerij, maar dan met een karaokebar toe. Deze keer ging Platel muzikaal te rade bij Mozart, maar dan versneden met hedendaagse popsongs en smartlappen. Samen met Sylvain Cambreling, Klangforum Wien en drie zangeressen deed hij zo’n heroïsche poging om te laten horen, zien en vooral voelen dat de emotionele verbeelding van Mozart nog steeds iets betekent. Wolf markeerde ook het moment dat Platel zich definitief omringt met een absolute topcast, die zijn wildste fantasieën werkelijk weet te maken.

Sinds Wolf bleef Platel in een gestaag ritme nieuwe, grootse producties maken in een internationale context, rond dezelfde thema’s. Telkens weer speelde muziek, en dan vooral klassieke muziek, een belangrijke rol. Voorbeelden daarvan zijn  vsprs (2006) en pitié! (2008), beide gecreëerd in samenspraak met dirigent-componist-muzikant Fabrizio Cassol, of het recentere C(H)OEURS (2012), op muziek van Wagner en Verdi. In dat werk gaat het minder om danstheater dan om de exploratie van de emotioneel bevrijdende kracht van samenzang.

Platel werkt echter ook nog steeds graag samen met anderen. Met musicalregisseur Frank van Laecke ontwikkelde hij een haast even intieme band als eerder met Arne Sierens. Samen creëerden ze Gardenia (2010), een musical rond ouder wordende travestiekunstenaars. Hij toerde jarenlang met enorm succes. Recenter volgde in NTGent ook En avant, marche! (2015), een pakkend portret van het leven in en rond een Vlaamse fanfare.

Platel leverde zijn misschien wel sterkste werk na de eeuwwende echter af in een veel bescheidener context. In Nine finger (2007) regisseerde hij Fumiyo Ikeda en Benjamin Verdonck in een erg suggestieve, maar nooit demonstratieve bewerking van het boek ‘Beasts of No Nation’ van de voormalige Afrikaanse kindsoldaat Uzondinma Iweala. Sterker nog was Out of context - for Pina (2010). Hier ging Platel voor het eerst sinds vele jaren als een pure choreograaf te werk. Zijn dans roept de eenzaamheid en wanhoop op van mensen die zich verliezen in een samenleving die geen andere waarde kent dan glamour. De choreograaf deed dat, anders dan in zijn grote producties, zonder al te veel verwijzingen naar concrete situaties. Hij liet rijdansen overlopen in gebaren van pure ontreddering en omgekeerd. Dat kreeg, in zijn herkenbaarheid, een verontrustend grote emotionele impact.

 

 

Auteur:
Pieter T’Jonck
Kijktips

Pieter T’Jonck is burgerlijk ingenieur-architect en publicist voor onder meer De Morgen en diverse tijdschriften in binnen- en buitenland. Hij schrijft over dans, theater, beeldende kunst en architectuur. T’Jonck is ook adviseur bij DasArts in Amsterdam.