Zoeken ENG

Etienne Guilloteau & Claire Croizé / Action Scénique

Claire Croizé en Etienne Guilloteau ontmoetten elkaar tijdens hun studies aan P.A.R.T.S. Sindsdien vormen ze een paar, maar ook als podiumkunstenaars staan ze elkaar als dramaturg of performer bij in de uitbouw van een eigen oeuvre. Daartoe richtten ze samen met Nada Gambier de organisatie Action Scénique op. De term is ontleend aan de operawereld. Daar duidt ze op een beweging weg van de traditionele operavorm waar verhaal en illusie de toon aangeven. De azione scenica concentreert zich op het concrete hier-en-nu van het podium. Het lijkt wel een korte samenvatting van alles waar Guilloteau en Croizé voor staan. Hun werk schuwt te duidelijke verhalen of een overdreven esthetiek en zoekt naar een evenwicht tussen theatraliteit en lichamelijkheid, realiteit en fictie.

De azione scenica concentreert zich op het concrete hier-en-nu van het podium.

Die opvatting was al te bespeuren in de solo’s die ze maakten als eindwerk in P.A.R.T.S. Guilloteau presenteerde daar Love Me Two Times (2002). In dat korte stuk zie je hem enkele keren na elkaar dezelfde dans uitvoeren. Althans, dat vermoed je, want de eerste keer heeft hij bijvoorbeeld een pullover tot boven zijn hoofd getrokken, zodat je noch dat hoofd, noch zijn armen ziet terwijl hij eerst driftig, later trager of juist veel sneller rondloopt en springt. Op die manier wilde hij nagaan hoe het geheugen werkt, hoe herinneringen onze waarneming kleuren en vervormen.

Claire Croizé studeerde twee jaar eerder, in 2000, af met de solo Blowing up. Het werk kent slechts twee bewegingsfrasen. In de eerste tolt de danseres steeds sneller rond tot ze haar evenwicht verliest en wankelend tot stilstand komt. De tweede bewegingszin mobiliseert lijf en leden, alsof er iets wordt verbeeld. Telkens Croizé deze zin aanvat, trekt ze over haar jurk zware overjassen aan, als een soort kostuum. Die twee reeksen worden vele malen herhaald, met nadrukkelijke pauzes na elke herhaling. Elke herhaling kost zichtbaar meer moeite. Telkens nadert Croizé de toeschouwerstribune ook iets dichter, tot ze er vlak voor staat. Dan kun je niet langer om haar open, doordringende maar ook vragende blik heen. Ze lijkt iets te willen zeggen of vragen, maar als kijker heb je er het raden naar wat dat is. Maar dat haar actie iets betekende, staat vast: daar staat de danseres met haar hele lijf garant voor.

Ze vertrouwen meer op een sterke onderbouw van literaire, beeldende en muzikale referenties als uitgangspunt voor hun werk.

Sindsdien bleven Croizé en Guilloteau onderzoeken hoe dans, in combinatie met licht, kostuums en muziek betekenis voortbrengt. Of nog, hoe de schriftuur van de dans eruitziet en hoe ze zich verhoudt tot andere schrifturen. De titel Tres Scripturae, een werk van Guilloteau uit 2009, leest zo dan ook als een programmaverklaring. Het werk gaat uit van drie simpele bewegingsfrasen, een voor elke danser. Na de expositie ervan worden ze een uur lang in vele bewerkingen herhaald en gecombineerd. Het is echter door het contrast met twee andere schrifturen, met name de pianomuziek van Alain Franco en de decor- en lichtwisselingen van Hans Meijer dat het werk zijn volle, betoverende glans krijgt. Merkwaardig is dat het oeuvre van Guilloteau en Croizé vaak, ondanks de abstracte uitgangspositie, sterke emotionele en esthetische reacties losweekt. Ook al is het de makers daar niet in de eerste plaats om te doen. Ze vertrouwen meer op een sterke onderbouw van literaire, beeldende en muzikale referenties als uitgangspunt voor hun werk. Ondertussen bouwden zowel Claire Croizé als Etienne Guilloteau een aanzienlijk oeuvre uit. Twee werken uit 2007 laten echter in een notendop de rijkdom van dit werk zien: Affected (Croizé) en La Magnificenza (Guilloteau).

Affected (2006) van Claire Croizé bestaat uit drie gedanste zelfportretten van vrouwen. Ze zetten hoogst zelfbewust een beeld van zichzelf neer. Het eerste portret, door Mariana Garzón García, toont een vrouw die haar présence volkomen beheerst, zelfs als de bewegingen sterke emoties suggereren. De muziek, Gustav Mahlers ‘Urlicht’, deelt deze gekunstelde precisie, dit affect. Dat zelfbewuste blijkt ook uit de volgende solo’s door Claire Godsmark en Varinia Canto Vila. Het contrast tussen Garzón en Godsmark kon niet groter zijn. Terwijl Garzón poseert als een rijpe vrouw is Godsmark een en al speelsheid en onverholen spot. Ze denkt er zelfs geen moment aan om zichzelf behoorlijk voor te stellen. Hier koos Croizé voor Mahlers ‘Das Rheinlegendchen’, sprankelende, overdreven vrolijke muziek. Godsmarks wispelturige verschijning is hier uiteraard een blijk van haar jeugdigheid. Het portret dat Canto Vila neerzet, is dan weer zeer getormenteerd. Nu eens lacht ze uitbundig, dan weer barst ze in tranen uit. Hier weerklinkt Mahlers ‘Adagietto’ in een bewerking voor elektronische instrumenten. De vorm van Affected wordt op die manier een studie van de manier waarop vrouwen over zichzelf denken en zich aan de buitenwereld laten zien op verschillende momenten in hun leven. Dat beeld komt niet tot stand door een verhaal, maar door een precieze, doorgedreven keuze van bewust aangenomen expressies. Zeer onhip maar net daarom zo boeiend.

In La Magnificenza herwerkt Guilloteau materiaal dat hij eerder al ontwikkelde voor Skènè (2004), een duet met Croizé. In dat eerdere werk haalde de beweging haar kracht uit het feit dat twee performers het samen uitvoerden. Hier brengt Guilloteau het echter op zijn eentje, ook al zijn er twee andere personen, met name danser Vincent Dunoyer en technicus Hans Meijer, aanwezig op het podium. Ze staan haast nooit tegelijk op de vloer. Aanvankelijk is het podium zelfs leeg. Die leegte wordt ‘gevuld’ door een spel van snel wisselende belichtingsstanden. Even ‘leeg’ is ook de muziek, nu eens van Eric Satie, dan weer van John Cage. Pas na enige tijd komt Guilloteau op voor een solo. Dat wil zeggen: het grootste deel ervan ligt hij op de grond, met een bedachtzame uitdrukking. Het lijkt wel alsof we naar een repetitie kijken en de performer zich geen rekenschap geeft van het publiek. Na deze lange, dubbele intro volgt een zeer vreemd incident: Hans Meijer en Vincent Dunoyer komen op en beginnen de scène te ontmantelen. Meijer neemt twee spots weg terwijl Dunoyer gordijnen wegschuift. Terwijl ze die procedure herhalen komt Guilloteau af en toe onverhoeds het podium op om heen en weer te springen. Na een tijd zien we Dunoyer knoeien met drie microfoonstandaarden. Hij hangt er een zwart doek over en kruipt daaronder weg. Dit fragment kreeg de werktitel ‘Der Tod’ mee en sluit de voorstelling af. Met deze eigenzinnige vorm stelt La Magnificenza de vraag hoe je een moment van inspiratie, een beeld of een idee naar het podium kunt vertalen zonder dat het zijn oorspronkelijke glans verliest. Het beeld van de dood op het einde laat vermoeden dat zoiets onmogelijk is. Guilloteau toont deze onmogelijkheid expliciet door de scenografie af te breken op het ogenblik zelf dat het stuk aanvangt. In deze doodse momenten van afbraak mijmert hij over wat overblijft en overleeft van het stuk. ‘Quelque chose se construit dans la déconstruction’, noteert hij. Door zijn compromisloze vormgeving, die muziek, dans en licht op een suggestieve manier verbindt, is dit een klein en helaas te weinig opgemerkt meesterwerk.

Auteur:
Pieter T’Jonck
Kijktips

Pieter T’Jonck is burgerlijk ingenieur-architect en publicist voor onder meer De Morgen en diverse tijdschriften in binnen- en buitenland. Hij schrijft over dans, theater, beeldende kunst en architectuur. T’Jonck is ook adviseur bij DasArts in Amsterdam.