Zoeken ENG

Joke Laureyns en Kwint Manshoven / kabinet k

Boris Charmatz gebruikte ze in enfant (2011), Jan Martens deed er beroep op in Victor (2013) en Wim Vandekeybus in Talk to the Demon (2014): de ontroerende kracht en intense uitstraling van een ongeschoold kinderlichaam. Het is een kracht die choreografen Joke Laureyns en Kwint Manshoven al langer bekend is. Van bij het begin van hun dansgezelschap kabinet k kiezen ze ervoor de puurheid van die jonge lijven te plaatsen naast de geladenheid van ouder wordende lichamen, de specificiteit van beschadigde lichamen of de behendigheid van getrainde, professionele danslijven.

Het gaat hen om de schoonheid die schuilt in het verschil, in de diversiteit van verschillende danstalen op de scène, veel meer dan om de eenzijdige focus op kinderen. Toch groeide kabinet k het afgelopen decennium uit tot hét gezelschap van de ‘jeugddans’, of de ‘kinderdans’, of de ‘dans voor en met kinderen’ – hoe je het choreograferen van kinderen ook mag noemen.

De woordenstrijd is betekenisvoller dan ze lijkt. Elke emancipatiestrijd gaat gepaard met de zoektocht naar een juist vocabularium om over de eigen praktijk te spreken. Twee decennia na de ontbolstering van het jeugdtheater is het de beurt aan de jeugddans om zich een eigen plaats in het ‘volwassen’ danslandschap te veroveren. kabinet k is in die evolutie een voortrekker – Joke Laureyns pleitte in 2011 met een ‘Staat van de jeugddans’ nog voor een volwassen benadering van dans met kinderen. Die opvatting over de gelijkwaardigheid van dans en ‘jeugddans’ loopt parallel met de idee, op een breder ‘humaan’ niveau, dat een kind geen bijzondere diersoort is dat in een apart hokje past, maar van bij het begin een volwaardig mens. Dat betekent vanuit choreografisch standpunt ook dat elk lichaam, ook het ongetrainde, slungelachtige of juist gracieuze lijf van een kind, een even interessant ‘danslichaam’ is. (Jeugd)medium, mens(je) en (kinder)lichaam worden elk op hun beurt ‘volwassen’ benaderd – in dat driespoor schuilt de kern van kabinet k’s oeuvre. Laureyns: “We vertrekken graag van een toestand van ‘neutraliteit’: het simpele gegeven van een vibrerend lichaam dat vol zit met energie.”

Vanaf 2002 creëert kabinet k een aantal opgemerkte voorstellingen met kinderen op de scène, aanvankelijk onder de vleugels van jeugdtheaterhuizen: Dromen hebben veters (fABULEUS, 2003, nominatie voor de 1000WattPrijs), Shelter (KOPERGIETERY, 2005), Questo Ricordo (CC Hasselt, 2006). De danstaal van het duo groeit organisch uit het werken op de vloer en bevat de sporen van dagdagelijkse handelingen en spel van hun jonge performers. Virtuositeit is daarbij geen doel, authentieke aanwezigheid op de scène des te meer.

De improvisatiesessies die het dansmateriaal aanleveren zijn echter nooit vrijblijvende spielerei: Laureyns en Manshoven werken steeds doelbewust en sturend rond een gekozen thematiek.

Zo staat in Unfold (2009, selectie Theaterfestival 2010) de gedachte rond ‘groeien’ centraal. Onder tedere muzikale begeleiding van zanger-gitarist Niko Hafkenscheid beproeven drie kinderen en een volwassen danser (Manshoven) de ruimte en elkaar, om te zien hoe ver ze hun vleugels kunnen spreiden.

Een kind staat voor een neerhangend gaasdoek, waaraan een collage van spullen is vastgestikt. Het gaat met de vinger langs de spullen en een voice-over benoemt de eenvoudige en soms grappige waarnemingen van een kinderoog dat voor de eerste keer uiterst bewust naar de wereld kijkt: ‘Hoe lang het duurt om groot te worden/Hoe stekend de pijn is in je botten als je groeit/Hoe je hart soms tot in je haren klopt.’ Wanneer de opsomming ten einde is, gaat het aan de slag met een ratelende naaimachine – aan het gekende worden met elk stiksel nieuwe ervaringen toegevoegd, verbanden aaneengenaaid.

Een tweede kind komt in beeld, het lichaam lijkt te ontluiken als een bloem die zich openplooit naar de zon, een beetje schuchter – het meisje beproeft haar ledematen alsof ze die voor het eerst bewust gebruikt. Intussen is er een volwassen danser verschenen die dat jonge lijf op de schouders neemt, het draagt en voortstuwt, later nog duidelijker, wanneer een kind met zijn voeten op die van de volwassene voortstapt – tot het zelfstandig verder kan. Wat is er nodig om te leren lopen, behalve een ouder(e) die je steunt maar je toch toelaat om zelf je pas te kiezen?

In Unfold is de sfeer verstild en dromerig, zoals in een schilderij van Johannes Vermeer – beeldende kunsten vormen overigens een grote inspiratiebron voor kabinet k. Laureyns: “Ik besef dat de grens tussen dans en beeldende kunst bij ons af en toe zeer dun is. Maar het is niet omdat het traag gaat en weinig is dat het geen dans is – als je alles van licht en techniek weglaat blijft er nog steeds een vibrerend lichaam over, het gevoel van een huid die gloeit. Ik blijf wat kabinet k maakt dans noemen, omdat de menselijke aanwezigheid cruciaal is.”

Niet alle voorstellingen zijn echter terug te brengen tot dit ingetogen register; aan kabinet k zit ook een energieke, uitbundige kant. Die verschillende sporen – de reflectieve, minimalistische danstaal versus de explosieve, barokke – worden in het tweeluik i see you (2012) helder teruggeleid tot de persoonlijkheden van de twee makers. Los van elkaar creëren Laureyns en Manshoven een korte choreografie voor zichzelf, een kind en een oudere, rond het gegeven van ‘de blik’. Laureyns’ bijdrage is zwart-wit van kleur en bedachtzaam, Manshoven contrasteert met een fysiek, kleurrijk dansportret. Zij het hoofd, hij de benen, zoals Manshoven in een interview met De Morgen aangeeft.

Wie de voorstellingen van kabinet k naast elkaar zet, merkt dat er doorheen de jaren iets verschuift.

Het onbewuste, speelse en vanzelfsprekende vormonderzoek maakt meer en meer plaats voor een gegrondere, inhoudelijkere inzet – noem het gerust een ‘politiekere’ invulling van de danstaal.

Manshoven: “We zijn ons nu veel bewuster van onze verantwoordelijkheid: we krijgen een forum, dus moeten we iets vertellen.” In een voorstelling als rauw/raw (2013) krijgt dit met de wereld geëngageerde bewustzijn een duidelijke vertaling. Zeven kinderen tussen 8 en 12 jaar zetten zich schrap tegen de klappen die het leven uitdeelt. Hoe wilskrachtig is een jonge geest, hoe veerkrachtig een jong lichaam? Geïnspireerd door onder meer de BBC-documentaire Poor kids (Jezza Neumann, BBC, 2011) maakt kabinet k een dansvoorstelling over lust for life. Een versleten matras en wat rondslingerende stenen zijn de stille getuigen van kinderlevens waarin het bestaan vooral draait om overleven.

Een groepje kinderen sleept conserven aan en hurkt neer rond een gasvuurtje, als kleine, hongerige diertjes. Wanneer een blik niet meteen open wil, is er altijd nog een steen: met geweld wordt het deksel verbrijzeld, de ravioli spat in het rond. Kleine handen graaien, proppen brokken rauw voedsel in opengesperde monden, kinderen proesten het uit, of gaan balanceren op een verderrollend blik – hoeveel vrolijkheid zindert er onder dit schrijnende tafereel. Tussen de kinderen bewegen zich een oudere vrouw (Kristina Neirynck) en een volwassen man (Manshoven), maar zij lijken zich weinig om de kinderen te bekommeren. Een ouder kind wast een jonger kind dat onder de ravioli zit – de vrouw kijkt het onverschillig aan.

De volwassenen in rauw/raw spelen een uitgesproken negatieve rol: ze zijn degenen die er niet zijn, op wie de kinderen niet kunnen rekenen. Ze drukken zich uit in een danstaal die behoorlijk ruw aandoet: kinderen worden bij de haren gegrepen, tegen de grond gegooid, ondersteboven bij hun enkels vastgehouden. Maar het geweld vloeit voort uit onmacht. Manshoven: “Het zijn de volwassenen die zelf gebroken zijn. Niet de kinderen.”

De volwassenen nemen hun verantwoordelijkheid niet, de kinderen doen dat wel. In die opvallende omkering schuilt opnieuw de ‘grensvervaging’ waar kabinet k voor staat: kinderen zijn net zo goed denkende wezens als volwassenen, met een humaan bewustzijn en een autonome wil. Of zoals Laureyns aangeeft: “Ik begrijp die grens tussen kinderen en volwassenen niet goed. Voor mij is ieder individu volwaardig, hoe jong ook. Zolang het verantwoordelijkheid neemt. En een kind kan dat evengoed als een volwassene.”

Auteur:
Evelyne Coussens
Kijktips

Evelyne Coussens schrijft als freelance cultuurjournalist voor de krant De Morgen en voor verschillende cultuurmedia, o.a. rekto:verso, Etcetera en Staalkaart. Ze doceert cultuurtheorie en -beleid aan de Arteveldehogeschool in Gent en geeft er een praktisch vak rond kunstkritiek.