Zoeken ENG

Michiel Vandevelde

Hoewel Michiel Vandevelde pas in 2012 afstudeerde aan P.A.R.T.S., heeft hij al een rijk body of work ontwikkeld. In zijn archief vind je zowel klassieke dansvoorstellingen terug als lecture-performances, participatieve projecten, interventies in de publieke ruimte, installaties en essays. Choreograaf lijkt dan ook maar een van de rollen die Vandevelde aanneemt. Tevens is hij cocurator van het Bâtard Festival in Brussel (een platform voor opkomend internationaal performancetalent), publicist en zetelt hij in de hoofdredactie van theatertijdschrift Etcetera.

Vandevelde beweegt net zoals vele jonge kunstenaars behendig tussen verschillende praktijken en artistieke persona’s, maar toch is er iets wat ze allemaal verbindt: een activistische impuls.

Al sinds het begin van zijn carrière – vanaf zijn tienerjaren danste hij bij de Leuvense jeugdtheaterproducent fABULEUS en was hij deel van een collectief met scenografen Menno Vandevelde en Jozef Wouters – ontwikkelde Vandevelde een uitgesproken interesse voor het politieke, voor de heersende ideologische systemen die onze samenleving bepalen én voor de alternatieven die we daar tegenover kunnen stellen. ‘Creëren’ en ‘doen’ zijn voor Vandevelde altijd nauw verbonden.

Als kunstenaar-activist is het theater voor Vandevelde bij uitstek een agonistische ruimte, een term die hij ontleent aan de politieke filosofe Chantal Mouffe, of in zijn eigen woorden: een ‘negatieve ruimte’, een donkere kamer van de samenleving waarin kan worden geëxperimenteerd met andere maatschappijmodellen. “Het is een ruimte waar tegengestelde partijen, ideeën, groepen, individuen een plaats kunnen krijgen. Het is een belangrijk onderdeel van de democratie (...) die een stem geeft aan andere manieren van spreken, presenteren, produceren en organiseren. Elke propositie binnen het theater is zo een politieke propositie, er is geen apolitiek theater.” Zo stelde Vandevelde tijdens een speech getiteld ‘De Stand der Dingen’, uitgesproken op vraag van het Leuvens gezelschap Braakland/Zhebilding (nu Het nieuwstedelijk).

Elk theater mag zich dan wel verhouden tot de politieke sfeer, toch heeft Vandevelde vaak het verlangen om bij wijze van directe actie uit de black box van de theaterzaal te breken.

Als guerillaboer plantte hij in 2015 ongevraagd fruitbomen in de Antwerpse binnenstad, met als ultieme ambitie het ‘publieke’ in de publieke ruimte terug te claimen en een zelfvoorzienend netwerk op te zetten van burgers die fruit oogsten en delen. Als stadsresident van Vooruit tijdens het seizoen 2012-2013 richtte hij dan weer een nieuwe Europese politieke partij op, gebaseerd op ideeën die hij verzamelde tijdens publieke denktanks. Het partijprogramma van The Political Party – die via haar generische naam niet wil worden gecatalogiseerd als links of rechts – is tot op vandaag in ontwikkeling (verschillende kladjes zijn te vinden op www.thepoliticalparty.eu), maar met zijn busje en mobiele bibliotheek blijft Vandevelde Europa doorkruisen om de discussie met de burger-toeschouwer aan te gaan. Wat als er geen grondwet of politieke organisatievormen zouden bestaan? Hoe zouden we een politieke partij vanuit een wit blad vormgeven?

Kunst en politiek, black box en publieke ruimte, hoge en lage cultuur, theorie en praktijk: dat zijn de spanningen die door Vandeveldes werk lopen, soms schurend, soms harmonieus. Zijn meest ambitieuze poging tot nu om die te verbinden vinden we in Antithesis, the future of the image (2015), een kritisch onderzoek naar het statuut van het beeld in onze massamediacultuur. Het uitgangspunt, zo vertelt Vandevelde aan het begin van de voorstelling, is een reclamefilmpje van Levi’s, waarin de jeansbroekengigant beelden uit het alledaagse leven (van verliefde stelletjes, concerten, protestmarsen) koppelt aan economische slogans. De depolitiserende kracht van deze spot, waarin een anti-establishmentbetoging wordt gerecupereerd voor commerciële doeleinden, liet Vandevelde nadenken over hoe beelden door het systeem worden gekaapt om de burger te manipuleren.

De voorstelling is integraal opgebouwd uit found footage, waarmee Antithesis voortwerkt op het spoor dat de choreograaf samen met negen jongeren in Love Songs (Veldeke) (2013) uitzette. In het eerste deel ‘Thesis’ brengt Vandevelde een choreografie die volledig bestaat uit door de mangel gehaalde popsongs en canonieke dansbewegingen die tot het collectieve MTV-geheugen behoren, van Michael Jackson tot Rihanna, Kayne West en Miley Cyrus. Vandevelde zal de choreografie drie keer herhalen, afgewisseld door momenten waarop een lange, academische tekst wordt geprojecteerd die aan de hand van een compilatie van filosofische citaten uiterst kritisch de transitie van een woord- naar beeldcultuur beschrijft. De traagheid waarmee je de tekst moet lezen conflicteert met de snelle informatiestromen die we gewend zijn en dat weerbarstige effect zoekt Vandevelde bewust op.

Wie beide filmfragmenten vergelijkt, merkt dat de choreografie evolueert doorheen de herhaling. In een eerste fase maakt Vandevelde via een neutrale performance de gebaren los van hun entertainmentwaarde. In de letterlijk naakte belichaming schuilt op zich al een kritische geste: de virtuoze, geconstrueerde, hyperseksuele lichamen van Beyoncé en co worden vermenselijkt. Door het toepassen van klassieke choreografische principes (vergroten, versnellen, vertragen, verkleinen) zet Vandevelde de dans vervolgens steeds meer naar zijn hand, tot de oorsprong ervan bijna verdwijnt. De gestes vloeien steeds onherkenbaarder in elkaar over en krijgen een sculpturale, bijna kwetsbare kwaliteit. Van een abc van de populaire danscultuur verschuiven we naar een autonome choreografie. Je zou kunnen zeggen dat Vandevelde via de strategie van het zich opnieuw toe-eigenen (het uit de oorspronkelijke context rukken en opnieuw monteren van bestaand materiaal) de gestolen beelden symbolisch van Levi’s terugeist en er zelf de maker van wordt.

In het tweede deel, ‘Antithesis’, laat Vandevelde de analyse van het digitale beeld tot op zekere hoogte los en schuift hij op naar een radicale maatschappijkritiek. Van de virtuele wereld van de digitale manipulatie springen we naar de concrete realiteit van oorlogsgeweld. Via een voice-over horen we filmmaker Jean-Luc Godard het laffe beleid van Europa hekelen tegen de achtergrond van de Joegoslavische burgeroorlog, bij documentairemaker Adam Curtis haalde Vandevelde een verhaal over hoe de Koerden in Rojava, middenin de oorlog met IS, experimenteren met een nieuw samenlevingsmodel op basis van ideeën van een oude revolutionaire denker. Deze vorm van directe democratie wordt op kleine, niet-hiërarchische schaal georganiseerd en gegrond in fysiek contact. Lees: zonder bemiddeling van een interface die een vervreemdende afstand installeert tussen realiteit en ervaring, zoals onze digitale beeldcultuur net wel doet. Antithesis eindigt in dat opzicht met een appel dat misschien ouderwets analoog en naïef aanvoelt, maar ook zeer activerend: “If you want to see the world, close your eyes.” Net die soms onhoudbare, maar altijd provocatieve combinatie van politieke diagnose, koppige stellingname en utopisch idealisme maakt dat van Vandeveldes werk een groot engagement uitgaat.

Auteur:
Charlotte De Somviele
Kijktips

Charlotte De Somviele is onderwijsassistente bij de opleiding Theater- en Filmwetenschap (UA). Ze schrijft freelance over dans en theater voor o.a. De Standaard en maakt deel uit van de redactie van theatertijdschrift Etcetera.