Zoeken ENG

Alexander Vantournhout

Misschien kun je Alexander Vantournhout nog het beste een scout noemen. Met de nieuwsgierigheid van een verkenner begeeft hij zich op vreemd terrein, de platgetreden paden mijdt hij; wat hij al kent, interesseert hem niet meer. Behoedzaam hakt hij zich een weg door zijn nieuwe omgeving, schat er de mogelijkheden en beperkingen van in, om er ten slotte zijn eigen artistieke vlag te planten. Net die houding van de spoorzoeker maakt van deze gediplomeerde circusartiest en danser een buitenbeentje in de circus- en danswereld.

Vantournhout is een relatief nieuwe verschijning in het podiumlandschap. Na zijn afzwaaien aan de circushogeschool ESAC (2007-2010, specialisatie roue Cyr, enkel rad) studeert hij twee jaar aan Anne Teresa De Keersmaekers dansschool P.A.R.T.S, waar de fysieke ontwikkeling die hij als circusartiest heeft opgebouwd – een lichaam getraind voor extreme prestaties in één discipline – wordt herdacht tot een wendbaarder lichaam met een grotere inzetbaarheid. Tegelijkertijd wordt het bewustzijn over de eigen praktijk verdiept en verrijkt dankzij cursussen filosofie en dramaturgie. De combinatie van de twee opleidingen, de ene gericht op fysieke excellentie, de andere op artistieke reflectie, maakt Vantournhout tot een verbindingsfiguur, misschien wel de eerste in Vlaanderen, tussen circus en dans.

De kern van het medium circus wordt volgens Vantournhout gevormd door drie bepalende factoren: de relatie met een object, de aanwezigheid van gevaar en het laten zien van virtuositeit.

Zo zou je zijn eerste avondvullende creatie Caprices (2014) een gechoreografeerde circusvoorstelling kunnen noemen: Vantournhout brengt in het eerste deel van dit drieluik een onderzoek rond zijn specialisatie, het rad, maar tegelijkertijd berust Caprices op een sterke inhoudelijke, muzikale dramaturgie. Vantournhout gaat de dialoog aan met de muziek van de hedendaagse componist Salvatore Sciarrino – niet door er mooie danspasjes op te verzinnen, maar door Sciarrino’s partituren te beschouwen als conceptueel fundament van de beweging. Muziek is trouwens een constante in Vantournhouts prille oeuvre, getuige de geregelde samenwerkingen met gitarist Niko Hafkenscheid en met jazzcellist Harald Austbø, met wie Vantournhout sinds 2014 het improvisatieduo WAK vormt.

De kern van het medium circus wordt volgens Vantournhout gevormd door drie bepalende factoren: de relatie met een object, de aanwezigheid van gevaar en het laten zien van virtuositeit. Vooral naar dat laatste fysieke kunnen vertoont de circuswereld een sterke hang, maar die obsessie met virtuositeit is volgens Vantournhout niet meer van deze tijd. Vantournhout: “In veel traditionele circussen probeert de artiest zich tot een soort supermens te verheffen, maar dat kan je niet volhouden als je de hedendaagse condition humaine wil uitdrukken. De virtuositeit van de trucs is niet geschikt om het verhaal te vertellen van de falende mens. Dus moet je op zoek gaan naar een nieuwe circustaal. Dat soort circus toont een menselijkheid die veel tragischer is dan het circus dat erop gericht is te ‘overtreffen’.”

In de solo ANECKXANDER (2015), ontwikkeld met dramaturge Bauke Lievens, komen de drie bepalende circuselementen samen in zo’n tragische maar bijwijlen ook humoristische choreografie die de artiest schetst als eenzaam lichaam. ANECKXANDER is geen circusvoorstelling, maar een choreografische reflectie op de kwetsbaarheid van een lichaam.

De artiest op de scène evolueert van een dagdagelijkse figuur – een man in een pak – naar een dansend lichaam, dat zich langzaam bewust wordt van de eigen naaktheid en de eigen fysieke imperfecties.

Op een eenvoudig pianowijsje van Arvo Pärt danst Vantournhout telkens dezelfde frase, maar na een eerste keer wordt het dansen telkens verder bemoeilijkt door een object dat zijn lichaam ‘verlengt’: schoenen met hoge hakken, bokshandschoenen of een kanten kraag.

Met die ‘prothesen’ benadrukt Vantournhout de kwetsbaarheid van zijn lichaam, en vraagt hij aan het publiek om te kijken voorbij die ‘afwijkingen’ als eerste, identiteitsbepalende factor. Meer nog, gaandeweg gaat hij zijn imperfecties inzetten als kracht: waar ze aanvankelijk de choreografie bemoeilijken, evolueren ze langzamerhand naar een tool van comfort, een hulpstuk. Aan het eind van ANECKXANDER stellen (hand)schoenen en kraag hem in staat dingen te doen die hij zonder niet zou kunnen. De objecten worden een instrument, in plaats van een obstakel.

Vantournhout: “Per productie probeer ik steeds een ‘ander lichaam’ te ontwikkelen.”

ANECKXANDER wordt op Theater Aan Zee 2015 met verschillende prijzen bekroond, met naast de ‘artistieke’ KBC-TAZ-prijs ook de ‘populaire’ Publieksprijs: het bewijs dat Vantournhout en Lievens een snaar raken bij zowel een kennerspubliek als een bredere groep cultuurliefhebbers. De heldere oogopslag en de volstrekt open en bijna naïeve (clowneske?) attitude waarmee Vantournhout zijn publiek tegemoet treedt, zullen daar niet vreemd aan zijn. Zoveel persoonlijkheid op de scène is common ground in dans, maar eerder zeldzaam in circus, waar de vlekkeloze herhaling van een truc belangrijker is dan de wezenlijke aanwezigheid van de performer in het hier en nu. Bauke Lievens: “We vertrekken van de autobiografische kwaliteiten van Alexanders lichaam. Dat is erg belangrijk: het feit dat het lichaam van Alexander in ANECKXANDER niet inwisselbaar is, dat het ondenkbaar zou zijn dat iemand anders dan hij deze voorstelling zou spelen.”

Elke voorstelling is voor Vantournhout in de eerste plaats dan ook een zelfonderzoek dat een antwoord moet bieden op de vraag: Wat betekenen circus of dans op dit moment voor mij? Vantournhout zegt daarover zelf: “Mijn identiteit wisselt in correlatie met de manier waarop ik in een voorstelling mijn lichaam inzet op de scène. Per productie probeer ik steeds een ‘ander lichaam’ te ontwikkelen.” Tegelijkertijd verlegt Vantournhout met dat zelfonderzoek meteen de grenzen van de verschillende media. Hij is niet geïnteresseerd in het mengen van circus en dans tot een homogene mix, veeleer gaat het om een spannende ‘vervuiling’ van de ene discipline met elementen uit de andere.

Dat onderzoeksparcours hoeft trouwens niet beperkt te blijven tot dans en/of circus. In de volgende voorstelling Dummy, een nieuwe samenwerking met Bauke Lievens, zal Vantournhout opnieuw onbekend terrein exploreren, dit keer dat van het figuren- en marionettentheater. Is een pop een (circus)object of een volwaardige danspartner? Hoe kan een danser, gebonden aan de wetten van de zwaartekracht, zich op de scène verhouden tot een inert lichaam dat tot alles in staat is?

Auteur:
Evelyne Coussens
Kijktips

Evelyne Coussens schrijft als freelance cultuurjournalist voor de krant De Morgen en voor verschillende cultuurmedia, o.a. rekto:verso, Etcetera en Staalkaart. Ze doceert cultuurtheorie en -beleid aan de Arteveldehogeschool in Gent en geeft er een praktisch vak rond kunstkritiek.