Zoeken ENG

Arco Renz / Kobalt Works

Op zijn parcours laveert choreograaf Arco Renz graag tegen de stroom op tussen disciplines en culturen in. Als kind volgde hij een dansopleiding in Bremen, studeerde na zijn middelbare school toch theater in Parijs, om vervolgens opnieuw de oversteek naar dans te maken bij dansopleiding P.A.R.T.S. in Brussel. Daar hoorde hij in 1998 tot de eerste lichting afgestudeerden. In zijn choreografisch werk concentreert hij zich op een ‘derde ruimte’ tussen oosterse en westerse bewegingsvormen en energie. Zijn interesse voor het oosten kwam er toen hij tijdens zijn studietijd in Parijs Japans notheater en Chinese opera zag en kennismaakte met martiale vormen als qi gong en tai chi. Tijdens zijn eerste reis door Azië in 1994 werd hij gefascineerd door de energie van het Indische Kathakali-danstheater – hoe dat hem urenlang bij de les wist te houden. Het triggerde zijn zoektocht naar hoe je energie kunt genereren en er op een podium mee kunt communiceren.

Renz plaatst zichzelf in creatieprocessen eerder in de rol van katalysator en aangever dan van choreograaf, en liefst vertrekt hij zonder vooraf vastgelegde principes.

De voorstellingen van Arco Renz zijn fysiek veeleisend: ook daar zoekt hij grenzen en weerstanden op. Vaak laat hij zich inspireren door toevallige ontmoetingen. Zo legde hij in 1997 cruciale contacten terwijl hij op tournee was door Azië als performer en assistent van theatermaker Robert Wilson. In de loop van de jaren bouwde hij een breed netwerk op met belangrijke theaterhuizen doorheen Azië, en werkte met performers uit onder andere India, Cambodja, Vietnam, de Filipijnen en Java. Zijn iconische solo Heroine (2005) voor de Taiwanese danseres Wen-Chi Su werd in 2012 verfilmd door de Vlaming Alexis Destoop.

Renz omzeilt in het contact tussen oost en west doelbewust de valkuilen van exotisme of postkolonialistische stereotypes. Dat doet hij door gericht een aantal choreografische en organisatorische strategieën in te zetten. Zo plaatst hij zichzelf in creatieprocessen eerder in de rol van katalysator en aangever dan van choreograaf, en liefst vertrekt hij zonder vooraf vastgelegde principes, vanuit de individuele vrijheid van de performer. Van daaruit wordt een gedeelde ruimte gecreëerd rond fundamentele principes als tijd, adem, zwaartekracht, spiralen, innerlijke kracht. Opvallend is hoe in zijn voorstellingen licht, projecties, kostuums en scenografie als evenwaardige spelers fungeren. Arco Renz heeft het over een ‘abstracte dramaturgie’: vanuit de individuele lichamelijkheid, perceptie en het affect van elke performer zoekt hij naar spanningsvelden tussen individuen en scenische middelen (licht, geluid…), om zo een gezamenlijke transformatie mogelijk te maken.

Daarnaast is Arco Renz initiatiefnemer van samenwerkingsformats als Monsoon, een platform dat op regelmatige basis kunstenaars uit verschillende disciplines uit oost en west samenbrengt in Vlaanderen/Brussel of in Azië. In 2017 vindt een editie plaats in Antwerpen.

Soms zoekt Arco Renz naar een verhouding met de dansgeschiedenis, zowel de oosterse als de westerse.  Zo werkte de choreograaf in 2011 in Phnom Penh met Amrita Performing Arts, dat zich inzet voor de revival van klassieke Cambodjaanse dans en muziek na de verwoestende passage van de Rode Khmer. Arco Renz bracht er de dansstudenten in contact met hedendaagse dansvormen, en maakte met enkelen van hen zijn voorstelling Crack (2012).

Mirth (2002) is wellicht niet het bekendste werk van Arco Renz, maar de videobeelden illustreren mooi een aantal van zijn werkprincipes: oosterse en westerse dansers naast elkaar in een onbestemde tussenruimte, met een universeel herkenbare bewegingstaal.  Het licht als volwaardig speler verbindt hier een verticale (westerse) en horizontale (oosterse) tijd- en ruimtebeleving van lijnen tot een rasterpatroon. Het werk van Arco Renz vraagt veel stamina van de dansers, zowel fysiek als mentaal: energie, concentratie en uithouding zijn ook in Mirth de uitgangspunten. Inspiratiebron voor Mirth was de kijk van schrijver-filosoof Albert Camus op het tragische lot van Sisyphus. Die was de goden uit het Griekse dodenrijk te slim af en wist zo aan zijn dood te ontsnappen. Hun wraak bleef niet uit: als straf moest hij tot in de eeuwigheid hetzelfde rotsblok telkens opnieuw een steile helling opduwen. Camus haalt Sisyphus uit zijn gedoodverfde rol van slachtoffer. Hij kent hem integendeel een heldenstatus toe omdat Sisyphus bewust voor het leven koos, en daar geluk uit puurt.  Het overstijgen van lijden is ook wat je kunt toepassen op deze dansers in hun zelfgekozen, ter plaatse trappelende uitputtingsslag van schoonheid.

Sinds hij in 2000 zijn organisatie Kobalt Works oprichtte, creëerde Arco Renz met ruime tussenpozen drie solo’s voor zichzelf waarin hij telkens alle voorbije ervaringen fysiek door zijn eigen (veranderende) lichaam stuurt: States (2001), 1001 (2010) en EAST (2016). Die laatste kwam er in opdracht van het Koreaanse Asian Arts Theatre in het kader van hun project rond kolonialisme en exotisme. Officieel is EAST een solo, maar uit het fragment blijkt opnieuw hoezeer licht, geluid en scenografie evenwaardige spelers zijn in het universum van Arco Renz. Een absolute meerwaarde is de positionering centraal voor het podium van de jonge Vietnamese componist Phu Pham die we hier achter zijn mengtafel zien. Bij hun eerste samenwerking voor Hanoi Stardust stond hij nog achteraan in de technische ruimte, hier vormt zijn energetische trance een schitterend contrapunt voor de danser – Arco Renz – op het podium.

Het werk van Arco Renz vraagt veel stamina van de dansers, zowel fysiek als mentaal.

Oorspronkelijk wilde Arco Renz voor EAST teruggrijpen naar historisch dansmateriaal van Ruth Saint Denis en Ted Shawn, de grondleggers van de Amerikaanse moderne dans en fervente aanhangers van het oriëntalisme. Renz liet dat spoor los toen voor hem duidelijk werd dat hij met hun kijk op het oosten en hun bewegingsmateriaal niet voorbij een oppervlakkig beeld raakte. Hij greep dan terug naar een uitspraak van kungfumeester Lee Kong bij wie hij een workshop volgde in Hong Kong. Die vertelde hem dat een slag in martial art in feite een trilling is die in zero seconden door het hele lichaam gaat.  Renz breidt dat gegeven in EAST uit naar vibratie als wereldbeeld, als bron voor transformatie, als universele beweging. De lange stokken waarmee hij in het eerste deel werkt, geven een visuele boost aan dat principe van trilling. Tegelijk is hun horizontaliteit de veruiterlijking van het oosterse wereldbeeld.

EAST kun je ook lezen als een commentaar op de verhouding tussen mens en technologie. Nadat in het tweede deel van de voorstelling de technomuziek en belichting verdwijnen, kristalliseren ze in een techno-outfit op het lichaam van de danser. Om hem heen ontstaat een uitdijend universum van opblaasbare sferen waar hij in een laatste fase integraal deel van zal uitmaken.

Auteur:
Lieve Dierckx
Kijktips

Lieve Dierckx is theaterwetenschapper. Ze schrijft over dans voor verschillende media, voor theaterhuizen en choreografen.