Zoeken ENG

Charlotte Vanden Eynde

Charlotte Vanden Eynde is danseres en choreografe. Ze was studente van de tweede generatie van P.A.R.T.S. (van 1996 tot 1999). In haar heel persoonlijke performances en dansstukken heeft ze vooral oog voor het lichaam als sculpturaal gegeven. Al vanaf haar vroegste werk - Benenbreken (1997), Zij Ogen (1998), Vrouwenvouwen (1999) - zijn kwetsbaarheid, intimiteit en vrouwelijkheid sterk aanwezig. Lijfstof (2000) creëert ze samen met Ugo Dehaes rond objecten en kostuums. Ze onderzoekt er de performatieve mogelijkheden van het lichaam als object/materie. In MAP ME (2003), dat ze met Kurt Vandendriessche opzet, worden videobeelden op hun lichamen geprojecteerd. Met Beginnings/Endings (2005), een stuk voor zes dansers, komt ze terug naar pure beweging. Na dit groepsstuk beseft ze dat ze liever alleen werkt of in kleine bezetting. In de danssolo’s I’m Sorry It’s (Not) A Story (2009) en Shapeless (2011) zet ze de ontwikkeling van een eigen danstaal verder. Deceptive Bodies (2014), met Dolores Bouckaert) toont het lichaam in een hysterisch keurslijf.

Vanden Eynde noemt het 'transparantie': zich laten bekijken, terugkijken, bewegingen uitproberen, ruimte en tijd nemen.

Naast haar eigen creaties werkt Charlotte Vanden Eynde samen met theatermakers Jan Decorte (2001-2003) en De Roovers (2010-2012), en danst ze mee in voorstellingen van Marc Vanrunxt (Most Recent, 2002) en Ugo Dehaes (DMNT, 2015). In de film Meisje, van Dorothée Van Den Berghe, speelt ze de titelrol waarvoor ze de prijs van de Beste Actrice Amiens 2002 wint. Tussendoor brengt ze improvisatiesolo's op locatie. Als bewegingscoach en dramaturg volgt ze creaties van beginnende makers op en ze geeft improvisatie- en creatieworkshops aan studenten en amateurs. Authentieke beweging en de beeldende kracht van het lichaam staan erin centraal.

Drie eigenschappen typeren Charlotte Vanden Eyndes choreografie. Ten eerste is er de intrigerende dubbelheid van haar verschijning: uiterst vrouwelijk én stoer, fragiel én vastberaden tegelijk. Het aantrekkelijke, meisjesachtige combineert ze met bewegingen die er haaks op staan. Ze zoekt de schoonheid niet op, want wil iets anders vertellen. Vanden Eynde noemt het 'transparantie': zich laten bekijken, terugkijken, bewegingen uitproberen, ruimte en tijd nemen. Ze ziet geen andere mogelijkheid dan zich bewust kwetsbaar op te stellen. Met heel eenvoudige en herkenbare handelingen schept ze een bevreemdend effect. Wat is ons lichaam dan, dat we het zo helemaal anders kunnen plooien, rekken, draaien, gebruiken dan we doorgaans doen? – bedenk je als toeschouwer onwillekeurig.

Het hybride van haar verschijning hangt nauw samen met een tweede vaak terugkerend thema in haar choreografie: het gendergegeven en het feminisme. Feminisme betekent voor Vanden Eynde in de eerste plaats zoeken wie je bent en wat je wilt zijn voor jezelf, en ligt niet in een strijd met het andere geslacht. Al heel vroeg was ze zich bewust van de mannelijke blik. Waarom is die zo belangrijk? En waarom speelt dat kijken en bekeken worden zowel bij vrouwen als bij mannen? Van jongs af aan was ze behept met een verhoogd zelfbewustzijn, zowel fysiek als mentaal, en dat neemt ze mee op het toneel. In de solo I’m Sorry It’s (Not) A Story zie je haar schipperen tussen het insolente kind en de verleidelijke jonge vrouw. Daarbij bevestigt ze geen clichés, maar zoekt ze juist naar nieuwe manieren om de rollen in te vullen. In de onverwachte poses en bewegingen botst ze daarbij evengoed op dwaalsporen. Dan zie je de humor doorbreken in haar werk. Een fragment uit deze voorstelling:

Het hybride van haar verschijning hangt nauw samen met een tweede vaak terugkerend thema in haar choreografie: het gendergegeven en het feminisme.

Experiment is heel belangrijk voor Charlotte Vanden Eynde. Dat experiment vult ze niet in op een conceptuele of intellectualistische manier; ze wil een mens zien op de scène, geen ideeën. Maar toch zie je ze in haar werk actief denken, en zoeken. Dansen is een vorm van denken voor de Gentse choreografe. Haar werk bevat ook altijd een dramaturgisch verloop: geen echt narratief, wel een ontwikkeling. In Deceptive Bodies transformeren zij en Dolores Bouckaert tot hysterica (naar de hysterische patiëntes die begin vorige eeuw in Parijs door Charcot werden 'opgevoerd' voor de studenten psychiatrie). Langzaam zie je hoe hun lichamen theatrale poses aannemen.

Het derde tekenende element in Vanden Eyndes danswerk is misschien wel het belangrijkste: door te ontsnappen aan vaste, opgelegde vormen wil ze nieuwe, vrije bewegingen verkennen. “Op scène kan je op een andere manier eerlijk zijn dan in de gewone wereld – daar word je als gek gezien als je zo beweegt.” Dat is precies wat ze toont door met lichaamstaal voortdurend te spelen en te verspringen, van kind naar vrouw, van lief naar wreed, van weerloos naar eigenwijs.

In Shapeless ontsnapt ze moedwillig aan de geijkte (dans)passen. Een klassiek lichaam dat niet klassiek ageert, recht de vormeloosheid, het ongrijpbare, de chaos in. ‘Wild’ in de zin van ongetemd, buiten kader, zoals de dadaïsten 'wild dachten'. Charlotte Vanden Eynde schept op die manier een ander beeld dan dat van het klassieke vrouwen-/meisjesprentje, maar wel met dezelfde klassieke fysieke ingrediënten. Ze lijkt telkens het verwachte beeld perfect op te voeren en het daarna te kunnen doorbreken. En daarmee weet ze ook voor ons, toeschouwer en niet-danser, een vrijheid van beweging en van (jezelf) zijn te creëren.

Auteur:
Mia Vaerman
Kijktips

Mia Vaerman is dans- en theatercritica. Daarnaast doceert ze cultuurtheorie aan het RITCS en vertaalt ze filosofie.