Zoeken ENG

Mette Edvardsen

Het artistiek parcours van Mette Edvardsen wordt gekenmerkt door een bijzonder grote veelzijdigheid, waarbij Edvardsen vaak van positie wisselt en consequent de samenwerking opzoekt. Sinds het begin van deze eeuw timmert de Noorse performancemaakster, die in Brussel woont en werkt, aan haar eigen oeuvre, maar daarnaast werkte ze ook als danser en performer voor onder meer les ballets C de la B (B), Thomas Hauert / ZOO (B), Bock / Vincenzi (UK), Mårten Spångberg (S), Lynda Gaudreau (CAN), deepblue (B) en creëerde ze stukken met onder andere Lilia Mestre (P/B), Heine Avdal, Liv Hanne Haugen en Lawrence Malstaf. Samen met Christine de Smedt en Mårten Spångberg choreografeerde en danste ze ook een versie van Thomas Lehmans Schreibstück.

Het artistiek parcours van Mette Edvardsen wordt gekenmerkt door een bijzonder grote veelzijdigheid, waarbij Edvardsen vaak van positie wisselt en consequent de samenwerking opzoekt.

Ook Edvardsens eigen artistiek werk is moeilijk op een plek vast te pinnen. Niet alleen situeert haar oeuvre zich tussen verschillende disciplines zoals dans, performance, film en literatuur, haar werk lijkt zich ook steeds te ontvouwen tussen woorden, dingen, acties en intenties. Edvardsens werken opereren in een tussentijd en een tussenruimte. Ze spelen zich af in het interval, in de witruimte die ontstaat tussen twee woorden (Black (2011)), een performance en een score (Opening (2005)), een boek en een luisteraar (Time has fallen asleep in the afternoon sunshine (2010)), een live en een opgenomen actie (Time will show (2004)), coffee & cigarette (2006 en 2008)). In de tijd en ruimte die hier ontstaat, verdwijnen de stabiele coördinaten die ons dagdagelijkse leven richting geven en maken ze plaats voor een complexer en veelzijdiger tijdsruimte, waarin de dingen niet langer gebonden zijn aan hun vaste plaats maar zwerven, verdwijnen, verschijnen, multipliceren, transformeren, over elkaar heen buitelen en haasje-over spelen. Hieronder gaan we nader in op drie voorstellingen waarin Edvardsen steeds op speelse en vaak humoristische wijze op zoek gaat naar deze instabiele openingen tussen tijd en ruimte, achtereenvolgens: Time has fallen asleep in the afternoon sunshine, Black en No Title (2014).

“So, I am a cat by Sōseki Natsume. The book was originally written in Japanese in 1905 and I am the translation into English from 1972. So, I will start just at the beginning.” Zo begint een van de ‘levende boeken’ die je kunt uitlenen aan de balie van de bibliotheek waar Edvardsens voorstelling – of beter – reizende collectie Time has fallen asleep in the afternoon sunshine is neergestreken. Voor deze voorstelling leerde Edvardsen, samen met een aantal andere performers, een boek uit het hoofd. Nadat de toeschouwer een titel gekozen heeft, kiezen ‘boek’ en toeschouwer een rustige plek uit, waarna het boek zijn verhaal vertelt. In deze complexe situatie – een performer die een boek is, die een vertaling is, die een kat is die een dialoog aangaat, die geen dialoog is, met een toeschouwer, die een luisteraar is, die een lezer is, die een gesprekspartner is… – ontstaat een bijzondere relatie tussen boek en lezer die tegelijkertijd zeer intiem en zeer tegenstrijdig is. Het boek eist de algehele aandacht van de toeschouwer op. Zonder deze volwaardige toewijding kan het boek immers niet bestaan. Deze concentratie is echter volkomen passief, de toehoorder laat zich meedrijven op het ritme van het verhaal. Zijn actieve aandacht vertaalt zich niet in een actie, maar in een passieve openheid.

In de solovoorstelling Black leidt Edvardsen ons rond in haar kamer. Ze loopt op de lege scene en plaatst dingen in de ruimte door ze aan te wijzen en door de naam van het ding acht keer staccato te herhalen. Deze herhaling werkt als een alchemistische toverspreuk. Doorheen de herhaling komen de objecten tot leven en verschijnen ze op de scene. Edvardsen houdt halt, wijst met haar handen een plek aan en zegt: “table, table, table”, we begrijpen dat ze naar een tafel verwijst, “table, table, table”, de contouren van de tafel worden zichtbaar, “table, table”, de tafel verschijnt. Vervolgens houdt Edvardsen halt op een andere plaats waar ze achtereenvolgens een plant, een hond, een natte plek, … tot leven wekt. Op die manier ontspint zich een narratief waarbij Edvardsen stelselmatig de hele ruimte in kaart brengt. Zodra Edvardsen haar aandacht op iets anders vestigt, verdwijnt het vorige echter in de vergetelheid, alleen om enkele tellen later als spoor plots weer te verschijnen en de orde overhoop te halen. Wat in eerste instantie lijkt op een systematisch cartografisch project, waarbij de hele ruimte wordt gemappeerd, vervormt zo al heel snel in een schaduwspel waarbij de opgeroepen dingen weer verdwijnen, transformeren en weer verschijnen. Wanneer Edvardsen haar aandacht verschuift naar de plant in de hoek van de kamer, vergeten we de tafel en verdwijnt deze letterlijk en figuurlijk uit het beeld. Wanneer ze later een paar passen achteruit zet, breekt de tafel echter plots weer binnen in de ruimte: “bump, bump, bump, bump, bump, bump, bump, bump”.

-

-

Massimiliano Donati

De voorstelling No Title, waar bovenstaande foto’s uit voortkomen, begint waar Black eindigt. Waar Black speelt met de dynamiek van verschijnen en verdwijnen, van de woorden en de dingen, door de dingen bij hun naam te noemen en ze op te roepen, onderzoekt No Title de activerende kracht van de ontkenning. In plaats van de dingen te benoemen en in de ruimte te plaatsen, worden de dingen hier genegeerd. Er is no title, no thing… Doorheen deze ontkenning verklaart Edvardsen de dingen tegelijkertijd aan- en afwezig.  De genegeerde dingen zijn in hun afwezigheid immers steeds aanwezig. Als virtualiteit komen ze het theater binnen gewandeld en nestelen ze zich ergens in de hoek van de scene, waar ze een alliantie aangaan met de andere dingen die er niet zijn.

Het verhaal gaat dat de filosoof Kant, wanneer hij zich gedwongen zag om zijn assistent Lampe, aan wie hij bijzonder gehecht was, te ontslaan, een briefje boven zijn bureau hing met de woorden ‘vergeet Lampe’. Een geheugensteuntje om te vergeten. Een bericht dat op zijn minst dubbelzinnig kan worden geïnterpreteerd, aangezien hetgeen wat vergeten dient te worden steeds weer aanwezig wordt door het te benoemen. In haar voorstelling No Title lijkt Edvardsen een gelijkaardige strategie te hanteren. Hoe meer ze ons voorhoudt dat de dingen er niet zijn, hoe hardnekkiger deze dingen zich in onze verbeelding vertonen.

Auteur:
Jonas Rutgeerts
Kijktips

Jonas Rutgeerts is als FWO-aspirant verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (KU Leuven). Als dramaturg werkt hij onder andere samen met Ivana Müller, David-Weber Krebs, Clément Layes, Sanja Mitrović, Needcompany, en Emio Greco | PC.