Muziek in Vlaanderen: de klank van een sector. Spreiding & speelkansen. (Landschapstekening Muziek, Muziekcentrum, 2014)

Lees de volledige landschapstekening uit 2014 van Muziekcentrum (vandaag: Kunstenpunt)

Er is in Vlaanderen een boeiend en internationaal gereputeerd concertcircuit, met goed uitgeruste zalen, clubs en een uitgebreid festivallandschap. De gerealiseerde investeringen in aangepaste infrastructuur kunnen met bijkomende inspanningen verder gevaloriseerd worden. Wel moeten grote delen van het concertcircuit noodgedwongen en in te grote mate terugvallen op voluntariaat en het grenzeloze engagement van in de sector tewerkgestelde professionelen. Binnen bepaalde genres worden de speelkansen bedreigd door het afkalven van risicovol en/of experimenteel programmeren, besparingen, een te grote druk op publiekscijfers en een cultuur van premières en exclusiviteit. Kleine, lokale initiatieven, die nochtans zuurstof bieden aan de ontwikkeling van het veld, worden te weinig ondersteund en dreigen te stagneren of te verdwijnen. Toenemende en/of onduidelijke regelgeving op diverse domeinen (onder andere op het vlak van milieu-, geluids- en veiligheidsnormen, vrijwilligerswerk), met alle mogelijke financiële en structurele implicaties, legt een hypotheek op zowel het in stand houden als het verder ontwikkelen van het concertcircuit in al z’n verscheidenheid. Media spelen een belangrijke rol in het muzieklandschap, onder andere met betrekking tot spreiding en diversiteit. De openbare omroep moet zijn specifieke, diversiteitsbevorderende rol in het muzikale landschap kunnen blijven spelen, en streven naar een inhoudelijke programmering, waarbij het publiek de kans krijgt om kennis te maken met interessante namen en ontwikkelingen binnen diverse genres.

ACHTERGROND

In zijn overwegingen bij de resolutie Actieplan voor de muziek in Vlaanderen stelt het Vlaams Parlement dat ‘het huidige podiumaanbod heel wat muzikanten speelkansen biedt, muziekliefhebbers samenbrengt, en dat een goed uitgebouwde muziekinfrastructuur een essentiële schakel is voor een bloeiende muzieksector’. In verhouding tot de kleine oppervlakte is Vlaanderen rijk aan presentatieplekken en organisatoren: van megafestivals en grote concertzalen, over cultuur- en gemeenschapscentra, gezellige clubs en muziekcentra, tot kleinere muziekcafés of huiskamerconcerten. De professionalisering van het muzieklandschap heeft inderdaad bijgedragen aan het ontstaan van een boeiend en internationaal gereputeerd en gerespecteerd aanbod van clubs, concertzalen en festivals. Die spelen ook een belangrijke rol als economische en toeristische hefboom. De concertsector trekt een groot en verscheiden publiek aan, en de laagdrempeligheid zorgt voor een grote betrokkenheid en interesse in alle lagen van de bevolking. Toch zijn er ook redenen tot bezorgdheid: het podiumaanbod dreigt om diverse redenen te verschralen en bedreigt zo ook onrechtstreeks de infrastructuur. Die verschraling houdt onder meer verband met stijgende algemene kosten in combinatie met besparingen op overheidsbudgetten, zowel op lokaal als op Vlaams en internationaal niveau. Daarbij komt de toenemende druk op publiekscijfers en de hang naar meetbaarheid: een mainstreamrepertoire met een min of meer gegarandeerd publiekssucces is ‘veiliger’ dan het presenteren van experimenteel of onbekend werk. Risicovol programmeren wordt op steeds meer plaatsen geschuwd. Op sommige plaatsen moet de muziekprogrammatie plaats ruimen voor andere entertainmentvormen die meer geld in het laatje brengen. Dit bedreigt de diversiteit. Bovendien worden bepaalde genres ook geconfronteerd met een cultuur van premières en exclusiviteit, waarmee grotere podia zich ten opzichte van hun publiek, collega’s of subsidiërende overheid willen profileren. Dit fenomeen legt extra druk bij de creatoren, van wie telkens nieuw werk verwacht wordt, zelfs in die mate dat creaties/ producties amper de kans krijgen om zich ten volle te ontwikkelen of te presenteren. Algemeen wordt de druk op podia supplementair vergroot door de grote instroom van nieuw, kwalitatief binnenlands aanbod dat binnen de programmatie moet concurreren met internationale publiekstrekkers. De verschraling komt ook doordat een deel van het muzikaal aanbod enkel nog in de grote steden te beluisteren is, wat leidt tot een terugval van de spreiding waar Vlaanderen sinds vele jaren op inzet. Tegelijk worden kleine of lokale initiatieven steeds vaker bedreigd, wat opnieuw de dynamiek van de sector in het gedrang brengt. Die kleinere podia vormen een belangrijke schakel in het doorstromen van muzikaal talent; niet alleen op het vlak van artistieke ontwikkeling, maar ook wat betreft de presentatie in technisch verzorgde omstandigheden, het verkennen van een breder publiek en de opstap naar een betere verloning. Men mag daarbij ook niet vergeten dat belangrijke delen van het livecircuit over een al te beperkte professionele personeelskern beschikken, waardoor men vaak noodgedwongen en in belangrijke mate moet terugvallen op voluntariaat, zelfs tot in verantwoordelijke functies. Een solide basis is dat niet. De concertsector wordt ook geconfronteerd met toenemende, complexe en soms onduidelijke regelgevingen, bijvoorbeeld rond milieu, veiligheid, geluidsnormen, vrijwilligerswerk ... Dat legt een hypotheek op de instandhouding en de verdere ontwikkeling van het livecircuit in al z’n verscheidenheid. Afstemming tussen de verschillende beleidsdomeinen (zoals Milieu en Cultuur rond de invoering van nieuwe geluidsnormen) komt een gezond muziekklimaat ten goede. Deze evoluties stemmen des te meer tot grote bezorgdheid omdat binnen het gewijzigde verdienmodel de inkomsten uit concerten – lees speelkansen – belangrijker zijn geworden.

MEDIA

Een ander pijnpunt zijn de visuele, auditieve en geschreven media, waar zowel de diepte als de breedte van de berichtgeving, het debat én de diversiteit van aangeboden muziek (auditieve monocultuur) erop achteruitgaan. Digitale en andere alternatieven halen (nog) niet de dekkingsgraad van de traditionele media. Die traditionele media richten zich vooral op grootschalige events en op de grote steden. Kijk-, lees- en luistercijfers dirigeren de redacties, net als de eigen branding, met de bijbehorende exclusiviteitsdrang. Ook bij de openbare omroep lijkt een inhoudelijke programmering, waarbij het publiek de kans krijgt om in de breedte kennis te maken met interessante namen en ontwikkelingen, het steeds meer te moeten afleggen tegen een programmering gericht op de eigen branding en hogere kijk- en luistercijfers. De functie die de openbare omroep zou moeten innemen als gids en bij het aanzwengelen van debat en kunstkritiek dreigt daarnaast in de marge te verdwijnen. Bovendien heeft een verschraling in het algemene muziekaanbod van de media niet alleen invloed op de inkomsten van artiesten uit auteurs- en nevenrechten (verkoop/uitzending/gebruik), maar ook op publieksbereik in het liveciruit, en dus ook op de gages, partages en inkomsten voor presentatieplekken zelf.

DIGITALE SPREIDING

Een heel andere ‘speelplek’ die de nodige aandacht verdient, is het internet. Als er één kunstensector is waar de digitale revolutie een razendsnelle en stormachtige omwenteling heeft veroorzaakt, dan is het wel in (grote delen van) de muzieksector. Voor artiesten lag de drempel tot het maken van muziekopnames, het verspreiden ervan en het opbouwen van een eigen fanbase nog nooit zo laag. Om de muziekconsument te bereiken zijn muzieklabels en cd-verkopers niet langer de belangrijkste filters of ‘wegwijzers’. In toenemende mate wordt hun plaats ingenomen door peer-to-peerpromotie via streamingdiensten en sociale media. Toch blijft ook de nood aan omkadering en begeleiding om het artistieke product te verfijnen en onder de aandacht te brengen, onverminderd bestaan. De technologische ontwikkelingen hebben de traditionele waardeketen in de muzieksector stevig onder druk gezet. Het verlies aan inkomsten uit de verkoop en de betaalde distributie van muziek wordt vandaag slechts minimaal gecompenseerd door de toegenomen populariteit van streamingdiensten.

ADVIEZEN VOOR HET BELEID (2014)

➞ Bewaak en stimuleer de diversiteit en de spreiding in het globale muziekaanbod binnen en buiten het Kunstendecreet. ‘Diversiteit’ betekent concreet: kansen voor de verschillende genres en voor muziek uit verschillende culturen, klassiek repertoire én nieuw werk, jong talent én gevestigde waarden;

➞ Bewaak de ondersteuning van kleinschalige en/of lokaal verankerde initiatieven (clubs, festivals, cultuur- en gemeenschapscentra en andere organisatoren). Doe dat in combinatie met afspraken met het lokale beleidsniveau en impulsen voor samenwerking (programmatie, promotie, productie, spreiding e.a.) zodat kwalitatief en divers aanbod overal en voor diverse publieken bereikbaar blijft;

➞ Ontwikkel een realistisch en toekomstgericht infrastructuurplan, in samenspraak met de muzieksector en maak werk van een betere afstemming tussen de beleidsdomeinen waarvan de regelgeving een impact heeft op het concertcircuit, en bij uitbreiding de muzieksector. Dit geldt zowel voor het lokale, het Vlaamse als het federale niveau;

➞ Zie erop toe dat de openbare omroep zijn specifieke, diversiteitsbevorderende rol in het muzikale landschap speelt en dat ook andere media daartoe aangezet worden, zodat spreiding en participatie positief beïnvloed worden.